heelal

Oorsprong: Heelal

Hoe ver kunnen het heelal inkijken? Via parallax-metingen van een aantal sterren kunnen we tot een afstand van ongeveer 300 lichtjaren komen, maar de meeste sterren lijken verder weg te staan. Door de helderheid van vergelijkebare sterren met elkaar te vergelijken kunnen we verder kijken (maar deze methode kent bepaalde aannames - hoe kunnen we die controleren?). Dan nog lijken de meeste sterren verder weg te staan.

 

Roodverschuiving en hoe die te verklaren

Het licht dat sterren uitzenden, kan worden geanalyseerd. Veel sterren vertonen wat we noemen roodverschuiving: de frequentie van het licht is minder dan wat het zou moeten zijn (de golflengte is langer: het verschuift richting rood in het spectrum). Sommige sterren vertonen blauwverschuiving (een hogere frequentie of kortere golflengte). Roodverschuiving kan op verschillende manieren worden verklaard:

  1. Veroorzaakt door het Doppler effect: de meeste sterren vluchten van ons vandaan. Deze verklaring heeft geleid tot de Big Bang theorie: het huidige heelal is ontstaan door een enorme explosie waardoor materie, sterrenstelsels, sterren en planeten zijn gevormd. De theorie is erg populair, maar heeft het probleem dat de de meeste (donkere) materie en (donkere) energie die er volgens dit model zou moeten zijn, niet gevonden kan worden.
  2. Licht verliest energie over lange afstanden en dat veroorzaakt lagere frequenties (langere golven): de vermoeid-licht hypothese. Hierbij wordt het ontstaan van het heelal opengelaten.
  3. Zwaartekracht van het licht afremmen, uitrekken. Ook dat verlaagt de frequentie en zorgt dus voor langere golven.
  4. De lichtsnelheid is door de tijd heen minder geworden en is pas recent ongeveer constant. Dit wijst op een jong universum

 

Het model van Setterfield

Als God het heelal geschapen heeft, kunnen we niet veel over het begin weten omdat de natuurwetten niet van toepassing zijn op dat begin. Berekeningen met een mogelijk afnemende lichtsnelheid resulteren in een oneindige lichtsnelheid zo'n 6.000-10.000 jaar terug en dat past bij het verslag dat de Bijbel geeft. De lichtsnelheid beinvloedt ook de radio-actieve datering.

Sommige polyfylisten ondersteunen het idee van een Big Bang omdat het duidelijk maakt dat het heelal een echt begin heeft. Nu heeft elk model dat is voorgesteld (er zijn er wel 10) serieuze problemen te overwinnen. Wellicht is het onmogelijk het zeker te weten.

Maar het is de moeite waard het Big Bang model te vergelijken met het model van Setterfield: zie de links hiernaast. Hij verklaart de vorming van sterrenstelsels vanuit plasma - de vierde staat van materie waarin ionen worden gevormd. In het lab kun je verschillende vormen van plasma-structuren waarnemen (zie hiernaast), die nogal veel lijken op de structuren van sterrenstelsels die we in het heelal waarnemen.

Setterfield stelt dat zwaartekracht de vorming en draaiing van sterrenstelsels niet kan verklaren. Zwaartekracht is daarvoor te zwak en we missen in het Big Bang model dan ook ruim 90% van de materie en energie die nodig zijn om het model werkend te krijgen. In het plasma-model van Setterfield zijn die niet nodig.

 

Het model van Humphreys

Een andere benadering gaat aan het rekenen met Einstein en komt tot een bijzondere benadering.

In onze ervaring is (als we reizen) tijd gelijk aan afstand gedeeld door snelheid. Omdat er nogal wat redenen zijn om de afstanden in het heelal niet ter discussie te stellen, moet of de (licht)snelheid of de tijd vroeger anders zijn geweest. Einstein’s Algemene Relativititeitstheorie (AR) geeft aan dat de tijd kan worden vervormd door de zwaartekracht - en dat is al waargenomen.

De nieuwe kosmologie van Russel Humphreys komt uit de vergelijkingen van de AR. Hij gaat ervan uit dat het heelal een middelpunt heeft en dat de Aarde daar dichtbij zit. Dat is ook wat je ziet als je de ruimte inkijkt - en natuurlijk wat de Bijbel ons vertelt. Zo’n uitgangspunt is op wetenschappelijke gronden ook niet te weerleggen.

De banden in de roodverschuiving doen vermoeden dat melkwegstelsel in concentrische ringen rondom het middelpunt zijn gegroepeerd. Dat het heelal in het verleden is uitgedijd, is uit de waarnemingen af te leiden (en uit wat er staat in Gen.1:7, Jes.42:5, Jer.10:12 en Zach.12:1).

Als het heelal in het verleden in korte tijd is uitgerekt vanuit een begrensd heelal, volgt uit berekeningen vanuit de AR dat er een indrukwekkende uitrekking van de tijd heeft plaatsgevonden als gevolg van de zwaartekracht. Waarnemers op Aarde in die tijd zouden het licht dan veel sneller hebben zien reizen en melkwegstelsels veel sneller hebben zien draaien. Maar de werkelijke snelheid van het licht zou in die melkwegstelsels nog gewoon hetzelfde zijn geweest - net als hun draaisnelheid. Vanuit een punt ver in de ruimte zou de tijd op Aarde lijken stil te staan, maar op Aarde merk je daar niets van.

Met de schepping breidde God de ruimte zo snel uit, dat klokken op Aarde (vlak bij het middelpunt) heel langzaam liepen vergeleken met die in de melkweg-stelsels in het uitdijende heelal.

LINKS:

  1. Wikipedia over parallax, over cepheiden. roodverschuiving en over Halton Arp (met zijn kritiek op de roodverschuiving)
  2. Meer over de theorie van Setterfield
  3. Of download: Setterfield
  4. Artikelen over Setterfield op de Logos site
  5. Artikelen over Humphreys op de Logos site
  6. Lees over jonge kometen in een oud heelal
  7. Twee artikelen over zwarte gaten: nummer 1 en nummer 2
  8. Over zwaartekrachtgolven in een jong universum
  9. Geen kosmologisch model zonder problemen
  10. Weten we hoe groot en hoe oud het heelal is?
  11. Goed in Engels? Bekijk de links op Origins > universe

 

KEPLER-SCIENCE