aardlagen

Hoe snel worden aardagen gevormd?

Dat is de belangrijkste vraag. Een gemiddeld langzame vorming is wezenlijk voor het monofyletische model, omdat er anders nooit genoeg tijd is geweest voor het lange proces van de evolutie. Algemeen gaat men uit van gemiddeld 20 cm per 5000 jaar. Snelle vorming van aardlagen past natuurlijk goed bij het polyfyletische model. Catastrofes kunnen zorgen voor zo'n snelle vorming, zoals we weten uit de recente geschiedenis. Het vier meter dikke pakket op de foto rechtsonder is in enkele dagen gevormd na de uitbarsting van de Mount St Helens in 1980.

De experimenten van Berthault (zie ook de video rechts) laten zien dat horizontale strata niet noodzakelijkerwijs door superpositie zijn gevormd: zijdelings gevormde lagen kunnen zich heel goed horizontaal zetten Dit kan grote implicaties hebben, zoals uit de tekeningen hieronder duidelijk wordt: Het fossiel F1 is eerder ingevangen (en dus ouder) dan fossiel F4.

LINKS:

  1. Een interview met een geolooog die onderzoek doet naar de zondvloed
  2. Download een uitgebreid verhaal over de De Hydroplaat Theorie
  3. Zoutformaties roepen vragen op, ook de kilometersdikke lagen onder Nederland
  4. Ook de explosie van leven in het Cambrium roept vragen op
  5. De Grand Canyon ziet er net zo uit als op de foto rechtsboven: wat is hier gebeurd?
  6. Over C-14 dateringen: C-14 hoe werkt het, C-14 volgens Meijer, C-14 ter discussie en debat over C-14
  7. Stierven dinos door een meteorietinslag of door een overstroming?
  8. Meer over dinosauriers: ouderdom1, ouderdom2, ouderdom3, dino in de bijbel en het dinotijdperk voorbij.
  9. Over drakenverhalen en dinos en volksverhalen, in levende lijve, draak of dino
  10. Lees hier over een andere gedachte over ijstijden
  11. Over de vondst van zacht weefsel in botten
  12. Lees ook over biofilms als verklaring van dat zachte weefsel in dino-botten
  13. Vaak vinden we insecten ingebed in barnsteen: hoe is dat gebeurd?
  14. Een verrassende theorie over groene zee├źn ...
  15. Hoe verspreiden planten en dieren zich na de vloed?
  16. Meer over de catastrofale platentektoniek en de vorming van diamanten
  17. UItgestorven dier bleek springlevend, lees: coelacanth
  18. Geomorfologie als stille getuige van de zondvloed.
  19. Vijf uitdagingen voor creationistische geologie.
  20. Meer op de Engelstalige pagina: Strata.

 

Een zondvloedmodel

Veel waarnemingen ondersteunen het idee van een wereldwijde vloed, die de meeste aardlagen heeft gevormd. Het is niet eenvoudig om te weten hoe dit kan concreet in zijn werk is gegaan - omdat de schaal van de gebeurtenissen zoveel groter is dan waar wij mee vertrouwd zijn. Het zou bijvoorbeeld als volgt kunnen zijn gegaan:

  1. Een kosmische ramp met de inslag van een meteoriet en/of een komeet vormt de inleiding van alles
  2. Mega-tsunamis, een omhoog komende zeebodem (opengereten door de inslagen) en zinkende continenten veroorzaken een geweldige overstroming
  3. Aanhoudende regens, ook veroorzaakt door verhitte oceanen, veroorzaken aardverschuivingen en modderlawines
  4. Hele ecosystemen worden ontworteld en elders gedeponeerd
  5. Hoe lager het ecosysteem, hoe lager het in de afzettingen terecht komt (diepzee, kustwateren, kustlijn, lagere hellingen, etcetera)
  6. Hoe dikker de pakketten afzettingen, hoe hoger de druk op delagen, waardoor fossielen, kolen en olie sneller gevormd kunnen worden (hoge temperaturen spelen hierbij soms ook een rol)
  7. Het afkoelen van de zeebodem doet de balans weer verschuiven: de bodem zakt weer en de continenten sijgen weer; nieuwe bergruggen en heel diepe troggen worden gevormd
  8. Continentendrift zou het resultaat kunnen zijn van snelle gelogische processen (inclusief vulkaan-uitbarstingen)
  9. Een ijstijd volgt vanwege de warme oceanen en de koude polen (vriesvak-effect)

De vorming van fossielen

Fossielen kunnen op een aantal manieren ontstaan:

  1. Begraven onder zand of klei, afgsloten van zuurstof (versteende fossielen of afdrukken)
  2. Gevangen in hars (zoals insecten in barnsteen)
  3. In teer- en asfaltmoerassen vinden we soms complete olifanten
  4. In zure veenmoerassen vindt een soort van mummificatie plaats
  5. In droge grotten of woestijnen drogen organismen gewoon uit
  6. Gevangen in ijs vindt volledige conservatie plaats (met het vlees er nog aan)

 

De geologische kolom en datering

Als we alle aardlagen samenvoegen tot een dik pakket, krijgen we de geologische kolom die je in veel boeken vindt. Maar deze kolom vinden we nergens zo compleet. Gidsfossielen (die alleen in bepaalde lagen worden gevonden) worden gebruikt om lagen te identificeren en te dateren, want radio-actieve datering kan maar in enkele typen aardlagen worden benut. Het gebruik van gidsfossielen kan prima binnen het monofyletisch model, maar kan niet worden benut om de ouderdom te bewijzen (want het gaat uit van de juistheid van het model).

Radio-actieve datering wordt betwist door sommige wetenschappers vanwege de uitgangspunten daarvan: de klok moet op nul staan toen de lagen werden gevormd, de klok moet met een bekende en constante snelheid lopen en er mogen geen lekkages zijn. De snelheid van radio-actief verval hangt ook samen met factoren als de lichtsnelheid: als die in het verleden hoger was, dan is de verval- snelheid ook hoger geweest.

Oorsprong: aardlagen

KEPLER-SCIENCE