Soorten

Kepler-science.nl

The English pages can be found in the second row of the menu

De eerste rij knoppen in het menu is voor de Nederlandse pagina's

vleermuis
cabbage
eekhoornalbert
schorpioen
Dia-4
Dia-30
Dia-43
Dia-44
Dia-49
Dia-50_2
DSC01061
DSC01678
DSC02215
DSCF2324
S0245032

Biodiversiteit

De biodiversiteit op Aarde is enorm, waarbij de Kevers verreweg de grootste groep dieren vormen. Alleen al het klassieke model van het Lieveheersbeestje kent al enorme aantallen soorten - als je naar de verschillen in tekening van het rugschild kijkt: zwarte of andersgekleurde stippen tegen een rode, gele of zwarte achtergrond, effen, gestreept ... en dan zijn er nog allerlei andere kever-modellen in een geweldige variëteit.

Waar komt die grote biodiversiteit vandaan?

Naar de oorzaak van de biodiversiteit

Iedereen ziet gelijk dat er een aantal basis-modellen zijn (zoals grassen, composieten, kevers, muggen, slangen, katten). Binnen elk model is (soms heel veel) variatie mogelijk. Dan zijn er dus twee vragen:

  1. Waar komen al die basis-modellen vandaan?
  2. Hoe ontstaat die variatie binnen die basis-modellen?

Oftewel: hoever gaat verwantschap? En: betekent verwantschap ook afstammings-verwantschap?


Soortvorming

Er zijn nogal wat waarnemingen die het vormen van nieuwe soorten ondersteunen. Het gaat dan om micro-evolutie ofwel variatie. Twee manieren van soortvorming worden vrij algemeen aanvaard:

  1. Isolatie van kleine populaties. Door de kleine aantallen kunnen er makkelijk bepaalde genvariaties verloren gaan: genetic drift. Sommigen noemen dit een vorm van degeneratie, omdat er informatie verloren gaat. Als een veranderde populatie weer in contact komt met de oorspronkelijke populatie, is er de kans dat er geen soort-herkenning plaats vindt: reproductieve isolatie (bijvoorbeeld omdat een herkenningskleur is verdwenen). Op die manier kunnen de populaties genetisch verder uit elkaar drijven.
  2. Sexuele selectie kan ook tot reproductieve isolatie leiden en daardoor tot soortvorming. Dat kan bijvoorbeeld op kleur.

Een belangrijke vraag is in hoeverre mutaties een voorwaarde voor soort-vorming zijn. Voor de twee manieren die hierboven worden genoemd, is dat niet noodzakelijk. Zowel het monofyletische als het polyfyletische model kunnen deze manieren van soortvorming aanvaarden. Zie ook DNA-2.


Macro-evolutie

Soms wordt hier over mega-evolutie gesproken en wordt met macro-evolutie iets anders bedoeld. Hier komt het verschil in visie tussen de beide modellen tot uiting.

Monofylie betekent dat al het leven verwant is en via een complete stamboom afstamt via simpele levensvormen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er nieuwe kenmerken worden gevormd. Dat zou door mutatie kunnen, maar die leidt vrijwel altijd tot verlies van informatie en is bijna nooit positief. Hoe echt nieuwe eigenschappen kunnen ontstaan, is nog onduidelijk en onderwerp van discussie.

Polyfylie gaat uit van een (flink) aantal basistypen, waarschijnlijk op het niveau van familie. Deze zijn dus apart van elkaar ontstaan en zijn per basis-type uitgewaaierd in verschillende soorten via variatie (micro-evolutie). Macro-evolutie wordt ontkend.


Verwantschap

Er lijken vier goede manieren om verwantschap tussen soorten vast te stellen:

  • Overeenkomsten in bouw
  • Overeenkomsten in gedrag
  • Biochemische verwantschap
  • Kruisingsexperimenten.

Alleen de laatste is geschikt om soortsgrenzen vast te stellen (dat is per definitie zo), maar de anderen geven een goede ondersteuning. Overeenkomsten kunnen op verschillende manieren worden verklaard: gemeenschappelijke afstamming, omgevings- of gebruikseisen en een gemeenschappelijk ontwerp.


Parasitisme

Hoe is parasitisme ontstaan? Hoe is het bestaan van parasieten te rijmen met God's goede schepping? En hoe zit dat met ziekmakende bacteriën? Het is logisch om deze vragen te stellen. Op het Logos-congres in april 2018 heb ik hierover een lezing gehouden. Link 4 en 5 leiden naar artikelen hierover.

basistype Eend
basistype Eend
basistype Kat
basistype Kat
basistype Rund
basistype Rund
basistype Nagelkruid
basistype Nagelkruid

Hierboven vier basismodellen. Mogelijk zijn dit allemaal aparte basistypen, die zich elk door ingebouwde variatiemogelijkheden tot een waaier van soorten hebben ontwikkeld.

Verlies van allelen is een normaal proces in een kleine populatie, zoals de simulatie hieronder toont: na 32 generaties heeft het grootste deel van de 100 groepen van 8 individuen hetzij het dominante, hetzij het recessieve allel verloren - door 'toeval'.

Links:

  1. Wikipedia over genetic drift en over mutaties
  2. Over de Degeneratie theorie
  3. Over goede en ziekmakende bacteriën.
  4. Over het ontstaan van parasieten.
  5. Het probleem van de convergentie.
  6. Kan de fotosynthese efficiënter?
  7. Het afstammingsmodel vergeleken met een afhankelijkheidsgrafiekmodel. Zie ook het originele artikel in Biocomplexity.

Copyright @ All Rights Reserved