BIOLOGOS?

BioLogos - logisch?

Een aantal theologen en natuurwetenschappers willen graag de evolutie-theorie en de Bijbel met elkaar in overeenstemming brengen - we noemen dat theïstische evolutie of evolutionaire creatie: de schepping heeft dan via evolutie plaats gevonden, waarbij God alleen in de achtergrond werkt door Zijn voorzienigheid. BioLogos timmert daarbij behoorlijk aan de weg.

Op deze pagina wordt vooral ingegaan op de wetenschappelijke argumenten die op biologos.org worden gegeven vóór de (algemene) evolutie. Zie ook de Oorsprong pagina's en de DNA pagina.

Bijbelse argumenten (tegen theïstische evolutie) vindt u op: Bijbel over oorsprong.

Vormen en structuren wijzen op gemeenschappelijke afstamming?

Dit is een klassiek argument. Inderdaad vinden we veel overeenkomst in bouw. Zo zijn de skeletten van viervoetigen allemaal variaties van hetzelfde bouwplan. Op school wordt vaak verteld over zoolgangers (zoals marters en beren), teengangers (zoals honden en katten) en hoefgangers (schapen en paarden). Bij allemaal zijn in principe dezelfde typen botten te onderscheiden, alleen de plaatsing en maat-verhouding verschilt. Op biologos.org wordt daarbij genoemd dat skeletten niet per se zo in elkaar hoeven te zitten en dat dit heeft geresulteerd in inefficiëntie in sommige gevallen: hoeveel mensen hebben geen lage-rug en knie klachten?

Wat is dit argument waard?

  • Een gemeenschappelijk bouwplan is precies wat je kunt verwachten bij een Ontwerper, een Architect. Kunstkenners herkennen een Rembrandt of een van Gogh aan de 'handtekening' van de artiest - dat is de manier waarop Rembrandt schildert en van licht gebruik maakt bijvoorbeeld.
  • Niet alle variaties in dat bouwplan zijn (naar mijn overtuiging en velen denken in dezelfde lijn) gelijk bij het begin van de schepping aanwezig geweest. Er is ruimte voor variatie, voor ontwikkeling, voor diversificatie. Dat blijkt uit de mogelijkheid van soortvorming: alle katachtigen (plaatje) horen bijvoorbeeld bij hetzelfde basistype, maar er is diversiteit in o.a. vachtkleur, grootte en soepelheid. Dit komt voort uit de genetische en epigenetische flexibiliteit, ingebouwd in dit basistype. Diezelfde flexibiliteit blijkt bij het kweken van nieuwe variëteiten van bijvoorbeeld appels of runderen.
  • Het argument van de lage-rug en knieklachten wijst op het Bijbelse gegeven van de frustratie (vruchte-loosheid) die er in de schepping is gekomen na de zondeval. Er zijn verschillende mechanismen waar-door dit kan worden veroorzaakt - biologisch gezien. Het kan komen door het inteelt-principe (dat ook achter het kweken van rassen zit: bepaalde hondenrassen hebben standaard bijvoorbeeld een te korte neus) of door een andere vorm van functieverlies - veelal door mutaties.

Laat het fossielen archief veel overgangsvormen zien?

Hier zouden we eigenlijk eerst moeten ingang op de oorsprong van fossielen en aardlagen (met de datering ervan) - ga naar Oorsrong>Aardlagen voor meer informatie - maar hier zullen we het argument van de overgangsvormen bespreken uitgaande van de evolutionaire datering zoals die vaak gegeven wordt. Vinden we inderdaad veel overgangsvormen?

  • De Tiktaalik wordt als kenmerkend voorbeeld gegeven - maar het oudste viervoetige fossiel is beneden de Tiktaalik gevonden: denk je eens in dat je voor je opa bent geboren ...
  • Zoiets geldt ook voor de Archeopterix, die lange tijd gold als de overgangs-vorm tussen Dinosaurus en Vogel - totdat eerst eentje en later meer vogel-fossielen in 'oudere' lagen werden gevonden.
  • Heel wat complexe levensvormen verschijnen plotseling in het Cambrium (dat wordt de Cambrische explosie genoemd: de meeste hoofdafdelingen van het dierenrijk zijn daar al vertegenwoordigd) - onder deze laag worden nauwelijks fossielen gevonden.
  • Kijk ook eens naar de veronderstelde afstamming van het paard en vraag je af waarom de eerste 18 riben had, de Eohippus 15, de Pliohippus 19 en de Equus weer 18.

Walvis-evolutie is uitgebreider uitgewerkt. Dit zou in zo'n 15 millioen jaar gebeurd zijn - niet veel op evolutionare tijdschaal voor zoveel eigenschappen die hebben moeten veranderen. Laten we eens een paar vragen nader bekijken:

  • Evolutionisten spreken over 'wandelende walvissen' omdat ze denken dat de eerste drie of vier in de afstamming-geschiedenis konden lopen - maar die lijken helemaal niet op walvissen - deze naamgeving berust op vooringenomenheid.
  • Het enige kenmerk dat de vijf stadia van walvis-evolutie verbindt met de echte walvis, is het involucrum: een klein onderdeel van het middenoor. Dat is nogal een smalle basis om van afstamming te spreken.
  • Walvisoren zijn trouwens nogal anders: de botjes moeten geïsoleerd van de schedel liggen vanwege het horen onder water. Het trommelvlies moet worden beschermd tegen de hoge druk (sommige walvissen duiken erg diep).
  • De staart van walvissen is heel bijzonder (hij beweegt op en neer) en is te vinden bij geen van de overgangsvormen.
  • Balein-walvissen hebben geen tanden. Hun zogenaamde tandbobbels zijn heel anders en het zijn er veel meer dan de tanden bij hun veronderstelde voorouders (40 paar in plaats van 15 paar).
  • Het oudste walvis-fossiel is ouderdan sommige veronderstelde voorouders.
  • Walvissen moeten hun neusgat (spuitgat) bovenop hebben zitten, maar in de veronderstelde voorouders blijft dit neusgat alsmaar te ver naar voren zitten - het beweegt niet naar achteren/boven.

Voor meer informatie kun je link nr. 1 en 2 gebruiken.

Het argument van de rudimentaire organen

Vaak wordt argument tezamen met het bouwplan-argument genoemd. We vinden in allerlei organismen onderdelen die geen functie lijken te hebben - of van functie veranderd zijn. Klassieke voorbeelden zijn ogen van blinde grotvissen, heupbeenderen bij walvissen en bij ons de appendix en verstandskiezen.

Wat is dit argument waard?

  • Als een orgaan een functie verliest, is dat een vorm van degeneratie: het use-it-or-lose-it principe. Dan ontstaat er dus niets nieuws: geen argument voor evolutie dus. Bij de blinde grotvis is dat heel logisch (zie ook link nr.4). Verstandskiezen zijn in onze huidige tijd wellicht minder belangrijk.
  • Van nogal wat rudimentaire organen is toch een functie gevonden. Onze appendix speelt een rol bij onze afweer en is waarschijnlijk een safe-haven voor onze darmflora - voor beide functies zit deze op een strategische plaats: argument voor ontwerp!
  • Als gesproken wordt over een veranderde functie, dan wordt evolutie voorondersteld in plaats van bewezen.
  • De zogenaamde heupbeenderen bij walvissen lijken helemaal niet op een heup en ze zitten ook niet aan het skelet vast. Ze hebben een functie bij defecatie en copulatie - zijn bij mannetjes anders dan bij vrouwtjes.

LINKS:

  1. Een WEET artikel over walvis-evolutie
  2. Whale evolution discussed by Jonathan Sarfati
  3. Problemen in de homologie op creabel.be
  4. Over de blinde grotvis.
  5. Problemen in de evolutietheorie op creabel.be
  6. Over de vulkanische oorsprong van Hawaii.
  7. Biogegrafie (uitgebreid): rafting vs continentendrift.
  8. Een samenvatting van het 'rafting' artikel voor WEET: Vlot over de oceaan.

 

Genetica neemt alle twijfel weg

Daar kan ik het mee eens zijn - maar dan kom ik wel tot een heel andere conclusie:

  • DNA toont verwantschap binnen een Basistype.
  • DNA laat ook overeenkomsten zien in de oplossingen die voor hetzelfde probleem zijn gebruikt in totaal verschillende organismen: dat is de handtekening van de Architect van het Leven.
  • Het wordt verwarrend als we verwantschap-schema's proberen te maken op grond van DNA: die schema's verschillen nogal voor verschillende eigenschappen. Zie ook de DNA pagina.
  • Vorming van nieuwe informatie in het evolutieproces kan nog niet worden verklaard: er is geen goed mechanismd voor macro-evolutie gevonden.

Kijk voor meer informatie op de Oorsprong pagina's (Soorten en Mens) - er volgt later meer.

Het argument van de biogeografie

Biogeografie gaat over de verspreiding van soorten. Zoals wordt vermeld op biologos.org: De verschillen tussen soorten op eilanden vergeleken met het vasteland laten een overtuigend voorbeeld van evolutie zien. Wat is dit argument waard? Hoe hebben planten en dieren zich verspreid?

  • Laten we eens kijken naar het voorbeeld van de ten minste 56 verschillende soorten Suikervogels op Hawaii die van één soort afstammen. Hierop zeg ik 'amen': Suikervogels horen bij hetzelfde Basistype (zie ook Oorsprong>Soorten). Juist eilanden zijn prima kandidaten voor soortvorming - en dat kan vrij snel plaats vinden vanwege de al aanwezige genetische programma's (meer op de DNA pagina).
  • Plaat-tektoniek heeft de continenten en zelfs sommige eilanden uit elkaar - daarmee stem ik in, maar ik ga uit van een heel andere tijdsschaal (zie link 3 en Oorsprong>Aardlagen).
  • Ik denk ook dat het evolutieverhaal niet de beste verklaring geeft van de vierspreiding van soorten. Een paper van Dominic Stratham bespreekt de problemen en geeft rafting na de Zondvloed als een beter alternatief (link nr. 4 en 5).

KEPLER-SCIENCE