Aardlagen

Kepler-science.nl

The English pages can be found in the second row of the menu

De eerste rij knoppen in het menu is voor de Nederlandse pagina's

pakket st.helens
pakket st.helens
lagen Grand Canyon
lagen Grand Canyon
vulkaan deposities
vulkaan deposities
interpretaties geologische kolom
interpretaties geologische kolom

Aardlagen

Eén van de belangrijkste vragen in het debat over het verleden van onze Aarde en van het leven dat we daarop vinden, is de leeftijd en vorming van aardlagen. Heeft alles lang geduurd (gemiddelde snelheid 20 cm in 5000 jaar) of is de vorming van aardlagen vooral een catastrofaal proces dat bij tijden heel snelheeft kunnen plaats vinden? Een andere vraag is of wat horizontale lagen lijken in werkelijkheid ook het horizontaal zetten van zijdelings gevormde lagen. 

Hoe snel worden aardagen gevormd?

Dat is de belangrijkste vraag. Een gemiddeld langzame vorming is wezenlijk voor het monofyletische model, omdat er anders nooit genoeg tijd is geweest voor het lange proces van de evolutie. Algemeen gaat men uit van gemiddeld 20 cm per 5000 jaar. Snelle vorming van aardlagen past natuurlijk goed bij het polyfyletische model. Catastrofes kunnen zorgen voor zo'n snelle vorming, zoals we weten uit de recente geschiedenis. Het vier meter dikke pakket op de foto rechtsonder is in enkele dagen gevormd na de uitbarsting van de Mount St Helens in 1980.

De experimenten van Berthault (zie ook de video) laten zien dat horizontale strata niet noodzakelijkerwijs door superpositie zijn gevormd: zijdelings gevormde lagen kunnen zich heel goed horizontaal zetten Dit kan grote implicaties hebben, zoals uit de tekeningen hieronder duidelijk wordt: Het fossiel F1 is eerder ingevangen (en dus ouder) dan fossiel F4.

De geologische kolom en datering

Als we alle aardlagen samenvoegen tot een dik pakket, krijgen we de geologische kolom die je in veel boeken vindt. Maar deze kolom vinden we nergens zo compleet. Gidsfossielen (die alleen in bepaalde lagen worden gevonden) worden gebruikt om lagen te identificeren en te dateren, want radio-actieve datering kan maar in enkele typen aardlagen worden benut. Het gebruik van gidsfossielen kan prima binnen het monofyletisch model, maar kan niet worden benut om de ouderdom te bewijzen (want het gaat uit van de juistheid van het model).

Radio-actieve datering wordt betwist door sommige wetenschappers vanwege de uitgangspunten daarvan: de klok moet op nul staan toen de lagen werden gevormd, de klok moet met een bekende en constante snelheid lopen en er mogen geen lekkages zijn. De snelheid van radio-actief verval hangt ook samen met factoren als de lichtsnelheid: als die in het verleden hoger was, dan is de verval- snelheid ook hoger geweest.

Links:

  1. Zoutformaties roepen vragen op, ook de kilometersdikke lagen onder Nederland
  2. De Grand Canyon ziet er net zo uit als op de foto rechtsboven: wat is hier gebeurd?
  3. Over C-14 dateringen: C-14 hoe werkt het, C-14 volgens Meijer, C-14 ter discussie en debat over C-14
  4. Stierven dinos door een meteorietinslag of door een overstroming?
  5. Meer over dinosauriers: ouderdom1, ouderdom2, ouderdom3, dino in de bijbel en het dinotijdperk voorbij.
  6. Lees hier over een andere gedachte over ijstijden
  7. Een verrassende theorie over groene zeeën ...
  8. Hoe verspreiden planten en dieren zich na de vloed?
  9. Geomorfologie als stille getuige van de zondvloed.
  10. Vijf uitdagingen voor creationistische geologie.
  11. Over de vulkanische oorsprong van Hawaii.
  12. Meer op de Engelstalige pagina: Strata.


Copyright @ All Rights Reserved